De inkt van de pas verschenen bundel conservatieve biografieën, Conservatieve vooruitgang, is nog niet droog, of Peter Berkowitz schrijft in The Wall Street Journal dat conservatieven hun hervormingsgezinde agenda hebben verlaten. Berkowitz, verbonden aan de Hoover Institution, schrijft dat de Amerikaanse conservatieven in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw hervormingsplannen daadwerkelijk tot beleid wisten te maken. Met de komst van de Republikein George W. Bush als president verdwenen de hervormingsplannen. Hoewel gekozen mede op basis van zijn ‘compassionate conservatism’, kenmerkte het presidentschap van George W. Bush door twee oorlogen, Katrina en een enorm begrotingstekort.
Om weer kans te maken op regeringsverantwoordelijkheid moet de Republikeinse partij hervorming weer hoog op de agenda zetten, schrijft Berkowitz. En volgens hem behoren het streven naar een kleine overheid, nadruk op traditie, orde en waarden, tot de conservatieve traditie. Berkowitz citeert Edmund Burke, die in zijn Reflections on the Revolution in France schrijft dat “a state without the means of some change is without the means of its conservation.”
Het uitgangspunt van conservatieve hervormingen – conservatieve vooruitgang – moet het bevorderen van individuele vrijheid zijn. Bij ieder hervormingsvoorstel moet bekeken worden of het bijdraagt tot individuele verantwoordelijkheid, zelfvertrouwen en het bieden van kansen. Een kleine overheid moet in de kleine ruimte die haar geboden wordt excelleren.
“Reform is a conservative virtue.”